Dag van de Jeugdbeweging: "Allez, amuseer u en tot straks!"

19/10/2018 - 10:11
opinie
Twee scouts hangen in een houten palenconstructie
Zes jaar was ik. Gekleed in een beige hemd, op de groei gekocht, zogenaamde speelkleren en een das rond mijn hals. Niet zomaar een das, maar een gekleurde lap stof in blauw, rood en wit, een échte scoutsdas. Met 25 andere kinderen in identieke outfits zou ik in Baden Powell zijn voetsporen treden, of toch ongeveer.

Ieder weekend zat ik te popelen om mezelf terug in dat veel te grote hemd te heisen voor een bosspel, een namiddag sjorren of een duik in de ranzigste beek van Waasmunster. Een scoutsweekend kon niet lang genoeg duren en mijn ouders leerden al gauw dat een scoutskamp een veel hogere funfactor voor me zou hebben dan onze jaarlijkse gezinsvakantie. De activiteiten brachten plezier en balans in mijn kinderbrein, maar bovenal was dat grasveld een plek waar ik me onderdompelde in zorgeloosheid.

Olifantenhuid

Zoals het hoort bij opgroeien, is die zorgeloosheid van korte duur. Het jonge tienerbrein bezit namelijk een gave. Een gave om een leeftijdsgenoot die zich anders gedraagt, als een freak te beschouwen. Ik was minder ruw, durfde de ruigste activiteiten wel eens uitzitten, vertoefde liefst in het gezelschap van meisjes en was absoluut niet op mijn mondje gevallen. Ik was de freak.
Voor mijn 14-jarige ik betekende dat een constante angst voor het woord “gay”, “homo” of “janet”. Op school, op straat en op de scouts. Het waren slechts woorden. Maar het waren woorden die bedoeld waren om te raken op de plaatsen waar het pijn deed. En dat deden ze, overal.

Tussen de andere leden van mijn tak zou ik me al snel een buitenbeentje voelen. Maar onzeker was ik niet, ik was een misfit tussen andere misfits. In een tak vol jongens, had ik geen groepje meisjes als toevluchtsoord wanneer de gevreesde woorden door m’n pantser zouden dringen. Ik had er ook amper nood aan. Natuurlijk kreeg ik een sporadische steek door mijn schild. Zo ging dat nu eenmaal onder jongens. Kon je een balk niet dragen, dan was je misschien een janet. Durfde je te emotioneel reageren, dan schreeuwden de anderen: “Ha, gay!” De middelbare school bleek een perfecte plek voor het kweken van een olifantenhuid die ik overal zou dragen. Hij kwam van pas, soms ook in de scouts, waar toen nog te vaak een holebifobe uitspraak als normaal werd aanvaard of genegeerd werd door de leiding. 

Ik groeide op dat scoutsterrein, werd leiding, werd groepsleiding en kwam uit de kast. Niemand reageerde geschokt, ik kreeg geen rotopmerkingen en mijn plek in de groep werd nog comfortabeler dan hij al was. De vrienden van toen, kregen een open mindset en net daarom bleven de vriendschappen bestaan tot in de leiding.

Kampvuur

Als leiding was ik zelf nog onzeker en zoekend, maar ik was vastberaden om de kinderen waaraan ik leiding gaf een veilige omgeving te bieden. Vanaf ik groepsleiding werd, kwam ik minder in contact met de kinderen zelf en werd ik samen met enkele vrienden gekatapulteerd tot een eindverantwoordelijke (ik moest de andere leiders begeleiden). Tijdens een avond aan het kampvuur vertel je elkaar de dieper liggende geheimen. Die openheid en het begrip voor elkaar wordt doorgegeven naar de leden. Ik hoef geen “het wordt beter”-denken meer, kinderen en jongeren hebben een veilige omgeving nodig om te spelen en te groeien, gelijk waarmee ze zich identificeren. Dat een ploeg van vijftig enthousiaste jongeren zich daar wekelijks keihard voor inzet, is het mooiste om als groepsleiding te zien en is die lading eindverantwoordelijkheid op mijn schouders meer dan waard. 

Begin augustus dit jaar lanceerde Scouts en Gidsen Vlaanderen de eerste affiche van een campagne over drempels, met een focus op taboes. “Labels zijn voor kledingstukken, niet voor mensen”, mijn 14-jarige ik ademde opgelucht, de 23-jarige groepsleider in mij dacht ‘eindelijk’.

Na een jaarthema waarin het “anders zijn” werd omarmd en talloze kleine veranderingen deed het deugd om de woorden in het vet op een A3 te zien staan, in het gezelschap van een scoutsuniform. 

Is het laat om het doorbreken van taboes binnen Scouts en Gidsen Vlaanderen in gang te zetten? Misschien wel. Is het té laat? Nooit. Elke scoutsgroep is anders, elke scoutsgroep kent zijn eigen vriendengroep, leidingsploeg en waarden. Maar het is een feit dat holebi- of transfobie binnen verenigingen nog te vaak wordt getolereerd of te zacht wordt aangepakt. Met de campagne gaat Scouts en Gidsen Vlaanderen in op labels, transgenders, koppels in leiding, genderrollen en de hardheid van woorden. Een beweging in de juiste richting, ondersteund door de open-mindedness van de vele jongeren en volwassenen die zichzelf een scout noemen. Elke anders geaarde scout heeft een eigen verhaal, maar laat elk verhaal er één worden van veiligheid en inclusiviteit binnen de eigen scoutsgroep.

Mijn hart is gerust, ik kan eindigen met een kanjer van een cliché. I’m proud to be (a sc)out.

Jory Maeyaert is Social Media Manager bij WE LIKE YOU, spendeert zijn weekends op het scoutsterrein van Waasmunster en hangt de rest van de tijd in de zetel met een tas Earl Grey.

Bron: 

Eigen verslaggeving



Hier niet op klikken aub