Je bent té homo

12/10/2018 - 10:58
column
Illustratie van twee paar voeten, het ene met saaie zwarte kousen en het andere met kleurrijke kousen
“Meloenen, eendjes, panda’s, pizza’s. Noem iets op, en ik heb het!” “The Simpsons?!”, roept hij enthousiast. “Ah nee, dat niet,”, zeg ik rustig. Stilte. Een lange stilte. En hij is weg. Ik sta in mijn vriendenkring ‘bekend’ om mijn gekke sokken. Ik zit buiten op een bankje met het nieuwe lief van een van mijn beste vriendinnen. Binnen is een nineties verjaardagsfeestje aan de gang, en het lief probeert een gesprek aan te knopen over mijn sokken, die natuurlijk in nineties thema zijn. Mijn korte, maar goedbedoelde antwoord zint hem blijkbaar niet.

Zo was het al de hele avond. Denk ik, dacht ik. Want hoewel ik voel dat de sfeer tussen ons snel ‘minder happy’ is, twijfel de rest van de avond aan mijn intuïtie. Hij kent mij namelijk niet; ’t is de tweede keer dat we elkaar zien. Wat kan er schelen? Niks waarschijnlijk. Of toch. 

Buttplug

Oké, toen hij in het begin van de avond zei dat er langs deze kanten toch meer homo's rondlopen en ik daarop antwoordde dat hij ons vergeleek met wilde koeien in het veld, toen verraadde zijn lichaamstaal een soort negativiteit tegenover mij. En toen hij tijdens een ander gesprek opschepte over bedprestaties, jaja, wou hij precies niet naast me staan toen ik 'buttplug' vermeldde. Laat staan naar me kijken.

Later begint hij meer en meer te drinken, zich een beetje agressief (lees: ongeremd) te gedragen. Ik dans lekker verder, praat met andere vrienden en wij twee kruisen elkaar niet meer.  

Mijn vriendinnen en hun liefdeslevens, het is soms een entertainende soap. Daarom dat ik weet dat deze vriendin op echte machotypes valt. ‘Echte venten’, heet dat dan. Hij voldoet daar aan. Ziet er goed uit, voetballen, met snelle wagens rijden, pintjes drinken, … Die avond paste voor mij perfect in dat plaatje. Maar goed, het is niet mijn lief. 

Je bent té

De vriendin in kwestie komt een week later langs. “Hoe vond hij het feestje? vraag ik onschuldig. En toen kwam het. Kort, krachtig, maar hard. “Ik heb op weg naar huis ruzie met hem gemaakt, en thuis vertelde hij het dan,” zegt zij terwijl ze naast me zit. “Wat dan?” vraag ik. Eerlijk: op dat moment verwacht ik een banale repliek. Fout gedacht. “Jij bent het; je ligt hem niet.” Hij heeft geen homovrienden, en jij bent voor hem nogal uitgesproken. Je bent voor hem té. Vandaar zijn gedrag.” 

Mijn vriendin zegt nog van alles, maar voor een paar seconden hoor ik er niets meer van. Ik krijg tranen in mijn ogen. Ik voel dat dit heel wat met me doet. Door dat ‘nieuws’ te moeten horen, raak ik even volledig teruggekatapulteerd naar de schoolbanken. Waar ik niet uit de kast was, waar ik op de speelplaats of in de les niet te aanwezig mocht of kon zijn. Want altijd waren er de scheldwoorden en de kwetsende opmerkingen. Ik dacht dat we die fase al lang voorbij waren.

Uiteindelijk wil ik vooral weten wat mijn vriendin hierover te zeggen heeft. Kiest ze voor hem? Laat ze me vallen? Of heeft ze door dat dit naar homofobie neigt? Geen van de drie zo blijkt. “Niet iedereen kan met elkaar opschieten, dat hoeft ook niet. Als hij het er te moeilijk mee heeft, spreken we desnoods af met ons tweeën.” Ze gaat er lichtjes over. Ik op dat moment ook, maar als ze deur achter zich dicht trekt, overvalt de droefheid me weer. Het gaat hier wel om mijn ‘zijn’, om wie ik ben. Ik ben te uitgesproken en hij komt daarom liever niet in mijn buurt? En vooral: dit sluipt mijn vriendenkring binnen en dat wil ik niet.

Geknipt

Mijn lief, die makkelijk voor een heterojongen kan doorgaan, daar wil hij graag mee op café gaan. Dat zei ze me ook nog. Maar ik heb blijkbaar mijn kansen verkeken, na elkaar twee keer gezien te hebben. Want ik ben homo en durf dat te tonen. Mooi is dat. “Als hij het er te moeilijk mee heeft, dan …” Het spookt door mijn hoofd.

Ik heb mijn vriendin niet meer gezien na haar ontboezemingen, en ik vraag niet meer hoe het met hun prille liefdesgeluk gaat. Neemt ze al afstand? Kiest ze dan toch voor hem? Ik hoop vurig van niet. De droefheid is ondertussen grotendeels verdwenen. Maar … boosheid is ervoor in de plaats gekomen. Want het is niet oké. 

Onlangs zag ik een tweet passeren. Dat je als LGBT’er pas veel later je echte leven gaat leiden, want dat je je de eerste twintig jaar verstopt in onzekerheid en niet de kans hebt om naar buiten te komen zoals je wil. Dat is voor mij ook zo. En daarom: geen (perfect geknipte) haar op mijn hoofd dat eraan denkt om me voor hém (of voor iemand anders) anders te gaan gedragen. De volgende keer dat ik hem zie, zal ik trots paraderen met de tote bag van mijn favoriete diva … een buttplug zou misschien té zijn. 

De auteur blijft liever anoniem, zijn identiteit is wel gekend bij de redactie.

Bron: 

Eigen verslaggeving