Bewijs maar eens dat je lesbisch bent

17/09/2018 - 09:07
interview
Lucy kijkt recht in de camera
Lucy Mujaya groeide op in Tanzania, waar ze filosofie en politieke wetenschappen studeerde aan de Universiteit van Dar es Salaam. In 2016 ontvluchtte ze haar thuisland omdat ze gevaar liep omwille van haar seksuele oriëntatie. Ze vroeg in België asiel aan. Eer dat goedgekeurd werd, legde ze een hele weg af. In dit artikel neemt Lucy je mee op haar journey, een reis met veel vallen en opstaan.

Wereldwijd zijn er nog 72 landen waarin seksuele handelingen met personen van hetzelfde geslacht gecriminaliseerd worden. In 45 van die landen gelden die wetten ook voor vrouwen. In acht ervan kunnen LGBT+ personen zelfs de doodstraf krijgen. ”Zelfs als er geen wetten tegen LGBT+ personen bestaan, zijn ze nog niet beschermd tegen geweld, intimidatie of discriminatie binnen hun gemeenschap of families. In sommige gevallen steunt de staat zulk gedrag zelfs”, zegt Lucy.

“Tanzania, waar ik geboren ben, is een van die 72 landen. De straf is dertig jaar tot levenslange opsluiting voor homoseksuelen en zeven jaar voor lesbiennes, gecombineerd met een boete. Op het eiland Zanzibar is de straf voor mannen 25 jaar of meer en maximum vijf jaar voor vrouwen.”

Rokkenrebellie

Lucy wist al snel dat ze andere interesses had. Jongensachtige kleren en spelletjes, rebellie tegen jurken, rokken en strikjes. “Ik vroeg me constant af waarom ik mijn haar niet gewoon kort mocht knippen zoals Simon en Othman, mijn twee beste vrienden op school.” Ook begreep ze niet waarom ze zich enkel aangetrokken voelde tot meisjes en niet verliefd werd op jongens. Die gevoelens zorgden voor een steeds groter conflict tussen haar geest en haar geweten. Lucy groeide namelijk op in een christelijke familie en werd opgevoed met strikte christelijke normen en waarden. 

“Toen ik zestien was kon ik niet langer vechten tegen mijn gevoelens. Jane (Jane is een pseudoniem om haar echte identiteit te beschermen, red.) werd mijn eerste vriendinnetje. Ze was enorm open-minded en gaf me veel zelfvertrouwen. Ik kon mezelf terugvinden in haar. Maar onze relatie bleef geheim voor onze omgeving.”

Twee jaar later kon Lucy's vriendin Jane de discriminatie en intimidatie van haar familie en collega’s niet langer aan. Het werd ondraaglijk om Lucy voor te stellen als haar nicht en om enkel in het geheim af te spreken, dus vertrok ze naar Europa met hulp van haar Ierse schoonbroer. 

Bezem

Ook Lucy maakte holebifoob geweld mee. De moeder van haar toenmalige vriendin betrapte hen in bed. Daarna sloegen de vader, de moeder en de broer van het meisje Lucy met een bezem en probeerden ze haar te wurgen. “Het was de ergste vernedering in mijn leven. Ze namen foto’s van me en dreigden om ze naar alle media te sturen en de autoriteiten op de hoogte te brengen. Aangezien ik op heterdaad betrapt was, zou dat betekenen dat ik zeven jaar achter tralies zou belanden. Pas nadat mijn vriendin haar vader smeekte om me te laten gaan en hem beloofde dat ze ‘weer hetero zou worden’, werd ik vrijgelaten met de boodschap bij hun dochter weg te blijven.”

Ik was fysiek, mentaal en emotioneel kapot. Maar amper drie maanden later stond ik er weer en ik kwam sterker terug dan voordien

”Een andere keer was ik op weg van de universiteit naar mijn hostel toen vier mannen me omsingelden en vroegen hoe het voelde om met vrouwen naar bed te gaan. Ze trokken me op de grond, sloegen en schopten me verschillende keren.” 

Eén van haar belagers schoot Lucy neer. De kogel ging door haar dunne darm en beschadigde haar lever en pancreas. Ze moest twee operaties in de buik ondergaan. “Op dat moment wenste ik dat ik dood was. De pijn was ondraaglijk. Mijn geest was gebroken. Ik was fysiek, mentaal en emotioneel kapot. Maar amper drie maanden later stond ik er weer en ik kwam sterker terug dan voordien”, getuigt een zichtbaar aangedane Lucy.

Van de weg gemaaid

Een tijdje later zat ze op een bus te wachten toen ze een auto hoorde versnellen en mensen hoorde schreeuwen. “Ik werd wakker in een ziekenhuis met een gebroken been, vier gebroken tanden en mijn neus hing los.” Het politieverslag en getuigenissen leerden haar dat een auto recht op haar af was gereden, haar had overreden en vluchtmisdrijf had gepleegd. “Toen was het voor mij genoeg. Ik belde Jane en zei haar dat ik er klaar mee was en wou vertrekken. Ze stuurde me een uitnodiging om naar België te komen, ik pakte mijn koffer, stapte op het vliegtuig en keek nooit meer om.”

Jane had Lucy al uitgelegd dat je in België asiel kan aanvragen op basis van je seksuele oriëntatie. Na haar aankomst in ons land trok Lucy naar de Dienst Vreemdelingenzaken. “Ik gaf mijn naam en land van herkomst op, ze namen mijn vingerafdrukken en een scan voor tuberculose.”

Onveilig gevoel

Na haar eerste interview met een medewerker van de Gendercel, werd Lucy in het asielcentrum in Mechelen-Nekkerspoel geplaatst. Voor Lucy betekende dat de start van een onaangename periode.

”Het was drukbevolkt met mensen met verschillende sociale achtergronden en culturen. Omdat het een tijdelijk opvangcentrum was, sliepen we met vier personen in een container. Onze behoeftes moesten we in een emmer doen. Asielzoekers in vaste centra leven onder betere omstandigheden, zij slapen in een gebouw en moeten niet weer en wind trotseren om naar het toilet te gaan,” zegt Lucy. Al snel deden er geruchten de ronde over haar seksuele oriëntatie. Die geruchten leidden tot discriminatie, verbaal geweld en sociale uitsluiting door andere asielzoekers in het centrum: “Sommige mannen vielen me lastig omdat ik lesbisch was. Ze riepen me verschrikkelijk vieze en seksistische opmerkingen na zoals: 'je zou beter verkracht worden door een Afrikaanse man, dat zal je wel genezen.’ ” Ook werd Lucy uitgesloten. “Wanneer ik tijdens de eetpauzes aan een tafel ging zitten, namen de anderen vaak hun plateaus op en gingen ze ergens anders zitten. Tijdens de lessen Nederlands was er een klasgenoot uit het centrum die weigerde om klasactiviteiten te doen met mij.”

In mei 2016 liep ik in Brussel voor het eerst mee met de Pride,  ik had eindelijk het gevoel dat ik ergens thuishoorde

Lucy was niet de enige LGBT+ asielzoeker met zulke ervaringen. “Weinig personeelsleden in de centra kennen onze specifieke noden, waardoor de problemen groter worden en een gevoel van discriminatie en isolatie ontstaat. Ik voelde mij nooit veilig in het centrum.”

Eerste Pride

Gelukkig waren er ook lichtpuntjes. “Ik werd lid van Why Me (een vereniging voor holebi's en transgender personen uit Sub-Saharaans Afrika, red.) en liep mee met de Belgian Pride in mei 2016. Het was mijn eerste Pride, een surreële belevenis. Voordien had ik enkel op sociale media beelden van Prides gezien en nu maakte ik er echt deel van uit. Ik had eindelijk het gevoel dat ik ergens thuishoorde.”

Het tweede interview met de Dienst Vreemdelingenzaken was volgens Lucy een van de grootste uitdagingen tijdens haar procedure. “Het voelde eerder als een kwelling aan dan een procedure.” Als asielzoeker moet je heel intieme details aan een wildvreemde vertellen. Dingen die je misschien nog nooit luidop durfde zeggen. Zaken die je misschien al je hele leven angstvallig verbogen houdt uit schrik voor vervolging. 

“Ik voelde me ongemakkelijk om te antwoorden op de vragen die de ambtenaar stelde. Seksuele oriëntatie en identiteit zijn meer een gevoel dan een gedrag. Het is niet iets wat je zo makkelijk onder woorden kan brengen, en zou dus niet iets mogen zijn wat je moet bewijzen.”

Vooroordelen

Tijdens het interview kwamen vooroordelen van de interviewer naar boven. Lucy, die haar christelijk geloof actief beleeft, kreeg de vraag hoe ze zowel christelijk als lesbisch kon zijn. “Dat voelde als een slag in mijn gezicht. Ik had twintig minuten nodig om voorbij die vraag te raken. Ik herinner me dat ik me heel gefrustreerd voelde en mezelf weer in vraag stelde over iets waarmee ik tijdens mijn tienerjaren al had geworsteld.”

Een van de voornaamste redenen waarom de meeste aanvragen uiteindelijk worden afgewezen is door de vertaling, weet Lucy ons nog te vertellen. “Tolken kunnen bevooroordeeld en/of holebifoob zijn. Bij oudere tolken is het nog moeilijker om jezelf bloot te geven omdat je het gevoel hebt dat ze niet openstaan voor seksuele en genderdiversiteit.” 

Ook na haar asieltoewijzing komt Lucy voor uitdagingen te staan. Ze ondervindt niet enkel discriminatie door witte mensen, maar ook door andere Tanzanianen in België. “Omdat ik mijn vluchtelingenstatus heb verkregen op basis van mijn seksuele oriëntatie, vinden sommigen mij een schande voor de gemeenschap hier."

Westerse stereotypen

“Gedwongen worden om alles en iedereen van wie je houdt achter te laten in je land van herkomst omwille van wie je bent en wie je graag ziet, dat is een van de meest hartverscheurende situaties die een mens kan meemaken.

Wees je bewust van de westerse stereotypen die je kan hebben. In mijn geval, bijvoorbeeld, was dat heel pijnlijk tijdens het asielinterview. Iemands geloof heeft niets te maken met hun seksuele oriëntatie. Je kan een christen en tegelijk lesbisch zijn. Dat zijn niet twee kanten van dezelfde munt, het zijn twee verschillende identiteiten die iemand kan omarmen”, stelt Lucy.

Tweede kans

Lucy is veranderd van een slachtoffer van holebifoob geweld in een overlever en ze hoopt dat haar 'journey' inspirerend werkt. “Een vrouw vroeg me ooit hoe het mogelijk was dat ik, ondanks het geweld dat ik had meegemaakt, nog steeds zo optimistisch en vol leven was. Ik zei haar dat het is omdat ik zoveel heb om dankbaar voor te zijn en dat het geschenk van een tweede kans in het leven iets is wat ik koester en het allermeeste waardeer.”

Ondertussen zette ze zich bij çavaria in voor het Safe Havens project rond opvang en begeleiding van holebi en transgender asielzoekers. Ze sprak ook op de inspiratieavonden van 11.11.11. De organisatie laat het thema vluchtelingen en migratie niet los en blijft met hun campagne #allemaalmensen actie voeren voor een menswaardige behandeling van asielzoekers. Lucy’s journey schonk aandacht aan de specifieke noden van LGBT+ asielzoekers.

Verder is ze actief bij de vereniging Why Me en geeft ze bij het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen infosessies over hiv. Ze ondersteunt er ook mensen met Afrikaanse afkomst die met de ziekte leven. 

Lucy gebruikt zelf het woord journey om haar ervaringen te beschrijven. Die nadruk op de weg die ze heeft afgelegd is belangrijk voor haar: “Mijn land van herkomst verlaten en asiel aanvragen in België is niet het einde van een verhaal, maar het begin van een aanpassingsproces. Een aanpassing aan een nieuw leven zonder angst om vervolgd of afgewezen te worden.” 

Wie na het lezen van dit stuk nood heeft aan een goed gesprek kan steeds contact opnemen de Holebifoon via www.holebifoon.be of 0800 99 533.
 

Bron: 

Eigen verslaggeving

Lucy kijkt recht in de camera