COLUMN | Ik mis Mausi

23/04/2018 - 11:38
Beeld: Trui Hussein Hanoulle
column
Een tijdje geleden belandde ik in bed met Kommt Mausi raus?! In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, is dat geen hitsige Oostblokporno, maar een onschuldige Duitse televisiefilm uit de jaren 90, waarin de jonge Kati, bijgenaamd Mausi, uit de grootstad Hamburg terugkeert naar haar geboortedorp in Westfalen om haar coming-out te doen tegen haar familie en vrienden. ‘t Is van moetens: haar liefje Yumiko dreigt ermee haar te laten zitten als ze niet eindelijk uit de kast komt.

Het resultaat is een ontwapenende coming-out film met alle bijbehorende clichés: verliefdheid op de Franse juf, vrouwencafés met deurbel, een discreet gekaft ‘hoe vertel ik het thuis’-handboek, cassettes met empowering holebi-hits, onbegrijpende ouders, afkeurende blikken op straat… Kortom: the works.

Subcultuur

Groot was het contrast met de coming-out van transgender VTM-journalist Bo Van Spilbeeck. Gesteund door de voltallige pers deed Bo smoothly haar intrede op het scherm. Politici en publieke figuren vielen over elkaar heen om haar geluk te wensen. Op één kleine hick-up na – de katholieke studentenvereniging KVHV noemde geslachtsverandering onnatuurlijk – was het een vlekkeloze uiting van hypertolerantie. Prachtig, maar strookt het met de realiteit? 

Even terug naar de jaren 90. De tijd van Queer as Folk, When Night is Falling en Priscilla, Queen of the Desert. Cafés galore, jongerengroepen, praatprogramma’s. Yasmine. De holebi-beweging emancipeerde zich met rasse schreden, en ook juridisch ging het snel: het samenlevingscontract, het homohuwelijk, adoptie. Maar werd de samenleving toleranter? En vooral: ging de subcultuur zichtbaar deel uitmaken van de maatschappelijke realiteit? 

Helaas. Neen. Zodra ‘de strijd gestreden was’, verdwenen we uit de zichtbaarheid. De subcultuur verdween (‘niet meer nodig’), maar we kregen evenmin een plaats in de mainstreamcultuur. Je ziet ons nauwelijks opduiken in literatuur, toneelstukken of films, want dat schaadt de herkenbaarheid voor hetero’s. Kortom: we mogen een probleemthema zijn, een nieuwsitem, of onzichtbaar, maar een normaal onderdeel van de maatschappelijke realiteit, een procentueel evenredig vertegenwoordigde groep, dat niet.

Duurzame zichtbaarheid

Ook daaraan dacht ik, in de nasleep van Bo. Dat die opstoot van aandacht goed is, maar niet genoeg. Dat zichtbaarheid duurzaam moet zijn, en niet alleen contextueel. 1 op 3 transgenders krijgt te maken met agressie. 1 op 2 vindt geen werk. De voorbije maanden stapten twee jonge transgenders die ik kende uit het leven, 4 op 10 ondernemen een poging. Grootste probleem: intolerantie en gebrek aan rolmodellen. Net daarom is het cruciaal, voor LGBT+’s én voor hetero’s, dat we zichtbaar blijven. In de wereld en in de kunst. Want zichtbaarheid brengt vertrouwdheid, en kunst kan ons empathie bijbrengen voor wat ons vreemd is, en voor de ander die we niet kennen. Of die nu Bo of Mausi heet.

Gaea Schoeters is journalist, scenarist en auteur. Deze column verscheen ook in ZiZo 142. Je kan een gratis exemplaar van ZiZo meenemen in onze afhaalpuntenOf neem een abonnement, dan krijg je het nummer toegestuurd.

Bron: 

Eigen verslaggeving



Hier niet op klikken aub