Hoe kan je jezelf en anderen beschermen tegen suïcide?

19/12/2017 - 13:37
Waarom is er bij holebi’s en transgenders een groter risico op suïcidaal gedrag? Vanwaar komt die kwetsbaarheid en hoe kunnen we als LGBT-gemeenschap daarmee omgaan? Door beschermende factoren tegen suïcide toe te passen. Maar wat betekent dat concreet? Veel vragen, weinig antwoorden. Hoog tijd voor een gesprek met Eva Dumon van het VLESP, het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie.
Een onderzoek van het VLESP uit 2016 toonde aan hoe slecht het gesteld was met het psychisch welzijn in de Vlaamse LGBT-gemeenschap. Niet minder dan 22 procent van de bevraagde holebi’s ondernam al een poging tot zelfdoding, bij transgenders liep dat cijfer zelfs op tot 38,7 procent. 
 
Zorgwekkende cijfers voor Vlaanderen, waar het klimaat voor holebi’s en transgenders toch een pak positiever is in vergelijking met andere landen: het huwelijk werd opengesteld, partners van hetzelfde geslacht kunnen kinderen adopteren, er zijn antidiscriminatiewetten en holebi’s en transgenders duiken steeds vaker op in de overheid, de sportwereld, de media… Toch blijven stigma’s over holebi’s en transgenders en discriminatie tegen hen bestaan. Die laten hun sporen na. 
 

Kwetsbaarheid

“Er zijn verschillende factoren die een rol spelen in de ontwikkeling van suïcidaal gedrag. Voor we ons kunnen toespitsen op de LGBT-gemeenschap, is het belangrijk om te zien hoe suïcidaal gedrag ontstaat in de algemene populatie”, zegt Eva Dumon. Zowel neurobiologische als psychologische factoren dragen bij tot de mate waarin een persoon kwetsbaar is. 
 
  • Neurobiologisch: bijvoorbeeld de mate waarin serotonine, het zogenaamde gelukshormoon, aanwezig is in de hersenen. Een hogere concentratie van dat hormoon zorgt ervoor dat we veerkrachtiger zijn, dat we goed in ons vel zitten en dat er minder kans is op depressieve gedachten. 
  • Psychologische: een zwart-witdenker of iemand die impulsief is van aard is kwetsbaarder dan iemand die er een genuanceerdere blik op nahoudt. 
Deze elementen bepalen mee hoe kwetsbaar een persoon is. Personen die weinig serotonine aanmaken en zeer impulsief zijn, hebben van nature uit een verhoogde kwetsbaarheid. Zij lopen een groter risico suïcidaal gedrag te vertonen, ongeacht hun genderidentiteit of geaardheid.  
 

(On)bewuste stressfactoren

Holebi’s en transgenders worden, veel vaker dan hetero’s en cisgender personen, geconfronteerd met bijkomende stressoren. Denk daarbij aan de worsteling met zelfaanvaarding en het anticiperen op en omgaan met reacties uit de omgeving. Dat kunnen bijvoorbeeld reacties op een coming-out zijn. 
 
Daarnaast zijn holebifobie en transfobie een van de grootste risicofactoren. Een factor die niet onderschat mag worden, omdat holebifobie en transfobie veel meer inhouden dan verbaal en fysiek geweld. “In vragenlijsten duiden mensen vaak aan dat ze er nog nooit mee in aanraking kwamen, maar als je doorvraagt, merk je toch dat ze het onbewust wel ervaren. We onderschatten de impact die dat op ons heeft”, zegt Dumon. 
 
“Ben je al eens nageroepen op straat? Vermijd je soms om in het openbaar hand in hand te lopen? Als je ‘ja’ op deze vragen kan antwoorden, dan hebben holebifobie en transfobie onbewust een impact op jou.”
 

Vluchtroute 

Suïcidaal gedrag komt niet vaak voor zonder psychiatrische problematiek. Holebi’s en transgenders hebben ook hier een groter risico, tot anderhalf keer meer, op het ontwikkelen van depressieve gedachten, angststoornissen of alcohol- en middelenmisbruik. 
 
Vooral dat laatste is sterker aanwezig in de LGBT-gemeenschap. “Vaak nemen holebi’s en transgenders hun toevlucht tot alcohol of verdovende middelen om hun problemen even te vergeten. Die vluchtroute is helaas geen oplossing, in tegendeel, ze verhoogt het risico op suïcidaal gedrag alleen maar”, stelt Dumon.
 

Utopie

De combinatie van een verhoogde kwetsbaarheid met de aanwezigheid van stressfactoren zorgt ervoor dat het percentage van suïcidale gedachten en gedrag hoger ligt in de LGBT-gemeenschap. Daarbij ligt de nadruk op het woord combinatie. Beide factoren moeten aanwezig zijn. Dat alle holebi’s een groter risico op suïcidaal gedrag vertonen, is een fabel. Enkel diegenen die van nature uit ook een verhoogde kwetsbaarheid hebben, behoren tot de risicogroep.
 
“De kans is groot dat het suïcidecijfer van holebi’s en transgenders in een wereld waarin seksuele geaardheid en genderidentiteit niet gepaard zouden gaan met stigma’s en discriminatie, niet anders zou zijn dat van de algemene populatie”, aldus Dumon. Tot dan moeten we ons beroepen op factoren die ons beschermen tegen suïcide en die verschillen naargelang de rol die je inneemt: Heb je zelf hulp nodig? Ben je bezorgd om iemand? Moet je verder als nabestaande? 
 
1. Ik heb zelf hulp nodig
 
a. Praten kan helpen
Worstel je met suïcidale gedachten? Hou die gedachten niet voor jezelf, maar praat erover met iemand in je omgeving. Alleen al het delen van je gevoelens met iemand die je vertrouwt, kan voor opluchting zorgen. Soms zien mensen die wat meer afstand kunnen nemen misschien dingen, verbanden of oplossingen die je zelf op dat moment niet meer ziet. 
 
Is de drempel te hoog om met een bekende te praten, bel of chat dan met een deskundige vrijwilliger van de Zelfmoordlijn of zoek professionele hulp. 
 
b. Gebruik de zelfhulptools
Het VLESP ontwikkelde een aantal onlinetools die mensen inzicht doen krijgen in hun suïcidegedachten en die ze leert hoe ze ermee moeten omgaan. Zo kan je online een Safety plan opmaken met een aantal tips om signalen te herkennen, rustig te worden of afleiding te zoeken. Een andere tool is BackUp, een mobiele app die je kan helpen om met je zelfdodingsgedachten om te gaan. Verder is er de onlinezelfhulpcursus Think Life, waarbij je enkele probleemoplossende inzichten en vaardigheden krijgt aangeleerd.
 
c. Wachttijden
Houd er rekening mee dat er een lange wachttijd kan zijn voordat je terecht kan bij een professionele hulpverlener. “We merken vaak dat mensen pas laat professionele hulp zoeken, als ze al heel diep zitten. Dan zijn wachttijden problematisch. We hopen dat onze onlinezelfhulptools de patiënten helpen om die wachttijd te overbruggen”, zegt Dumon. “Verder hoop ik dat de wachttijden in de welzijnssector aangepakt kunnen worden om zo de drempel naar hulpverlening te verlagen.”
 
2. Ik ben bezorgd om iemand
 
a. Herken signalen
De overgrote meerderheid van mensen met suïcidaal gedrag geeft daarover signalen. Sterke gedragsveranderingen, zich terugtrekken, zeggen dat het niet goed met hen gaat, vaker geïrriteerd of boos zijn, minder fut hebben, huilbuien…  Hiermee trekken ze aan de alarmbel. Neem deze signalen altijd ernstig!
 
b. Luister en blijf luisteren
Oordeel en minimaliseer niet, maar ga begripvol in op de gevoelens van wanhoop, hopeloosheid en hulpeloosheid. Zo creëer een gespreksklimaat waarin je naaste open durft te praten over het verdriet en de pijn. 
 
Durf ook te polsen naar eventuele zelfdodingsgedachten, zo kan je samen de ernst van de situatie inschatten en eventueel samen op zoek gaan naar professionele hulp. 
 
c. Bied alternatieven
Vaak zien mensen met suïcidale gedachten geen enkele uitweg meer. Stimuleer toekomstgericht denken, laat hen plannen maken, wijs hen op alternatieven. Zo creëer je het ‘Papageno-effect’. Dat effect is genoemd naar de opera van Mozart waarin Papageno na het verlies van zijn geliefde afziet van zelfdoding nadat anderen hem op alternatieven hebben gewezen. 
 
3. Ik moet verder als nabestaande
 
Iedereen verwerkt verlies op zijn eigen manier. Je moet een rouwproces door waarbij je geconfronteerd wordt met verschillende emoties, zoals boosheid en onbegrip. Vaak blijf je met veel vragen achter. Het is belangrijk dat je jezelf tijd en ruimte gunt om te rouwen en dat je, indien nodig, hulp durft te vragen. Sommige nabestaanden vinden steun bij lotgenoten in de Werkgroep Verder.
 
Wie nood heeft aan een goed gesprek kan steeds contact opnemen met de Zelfmoordlijn of de Holebifoon. Contact opnemen met de Holebifoon kan via www.holebifoon.be of 0800 99 533. De Zelfmoordlijn is bereikbaar via www.zelfmoord1813.be, telefoonnummer 1813, of verstuur een e-mailbericht via de website. 

Dit artikel verschijnt ook in het januarinummer 2018 van ZiZo.
 
Bron: 

Eigen verslaggeving