INTERVIEW | Cannes-winnaar Robin Campillo over '120 battements par minute'

18/08/2017 - 12:04
Beeld: Dennis De Roover, filmfragmenten onderaan door Céline Nieszawer
Robin Campillo
Op het Filmfestival van Cannes won ‘120 battements par minute’ de prestigieuze Grand Prix du Jury én de Queer Palm. Robin Campillo toont er de aidsactivisten van Act Up-Paris in, een drukkingsgroep die doodleuk labo’s binnenwandelde en bekladde met nepbloed en zelfs een gigantisch condoom over de obelisk op de Place de la Concorde trok.

De Fransen schrokken van deze ongeziene vormen van activisme, maar ze moesten wel wakker geschud worden, want op het hoogtepunt van de aidscrisis heerste er in Frankrijk een grote onverschilligheid over de ziekte.

Zelf lid

Robin Campillo laat ‘120 battements par minute’ rond 1992 afspelen, ongeveer 10 jaar na de uitbraak van de aidsepidemie. In die periode begonnen seropositieve mensen massaal te sterven en sloot de regisseur zich zelf aan bij Act Up-Paris. “Op televisie hoorde ik soms Didier Lestrade spreken, een van de oprichters van de groep. Hij sprak over ‘la communauté sida’ (vrij vertaald: ‘de aidsgemeenschap’). ‘Communauté’ was op dat moment een schandelijk woord in Frankrijk, want gemeenschappen werden als een vorm van communitarisme gezien”, herinnert Campillo zich. “De aidsgemeenschap waarover Lestrade sprak bestond uit zieken, hun naasten, dokters en anderen die getroffen waren door aids, terwijl de rest van de samenleving niet op de hoogte was.”

Het idee om zelf besmet te raken, joeg de homoseksuele man verschrikkelijke angst aan. “In het begin van de jaren tachtig sprak men in Frankrijk over de ‘gay kanker’. In Paris-Match, een veelgelezen tijdschrift, verschenen foto’s van een Amerikaans homokoppel. Ze toonden een man die compleet getekend was door de ziekte. Die beelden verontrustten me. Ik had gay vrienden, had mijn eerste liefjes gehad, maar was nog niet volledig uit de kast in mijn familie. Ik stelde me voor dat ik seropositief zou zijn en anderen zou besmetten.”

Doodgezwegen

Aids werd in Frankrijk doodgezwegen. “Er verschenen er artikels waarin gezegd werd dat alle homo’s zouden sterven. Nadien volgde er geen enkele publicatie over homo’s en aids. Pas in de tweede helft van de jaren tachtig kwam er een eerste preventiecampagne, die bovendien heel abstract was. ‘Le sida. Il ne passera pas par moi’ (vrij vertaald: Aids. Hij zal niet door mij doorgegeven worden) was de slogan. Er werd niet gesproken over homo’s, gevangenen, sekswerkers en drugsverslaafden. Zij waren vooral getroffen door de ziekte, maar men deed niets om hen te beschermen. Er bestond geen politiek pragmatisme. De Franse staat verspreidde geen gratis condooms in het gay milieu en gaf geen propere naalden aan drugsverslaafden. Het heeft een tijd geduurd vooraleer de minister van Onderwijs besloot om condooms op middelbare scholen toe te laten, en zelfs dan waren er scholen die weigerden condoomautomaten te plaatsen.”

De film toont een actie waarbij leden van Act Up-Paris onverwacht klassen binnenstappen en zelf condooms beginnen uit te delen. “De Fransen hadden over het algemeen wel vrede met homo’s en lesbiennes, maar er was veel weerstand om hen te tonen in publieke preventiecampagnes. Dat maakte me vooral boos! Ik sloot me bij Act Up-Paris aan.”

Zo on-Frans!

De activisten van Act Up-Paris waren niet vies van een beetje drama om de aandacht te trekken. “Act Up-Paris viel op, omdat de groep in veel opzichten heel Amerikaans is”, benadrukt de regisseur. “De manier van werken bij Act Up-Paris was allesbehalve Frans. Ze gingen bijvoorbeeld naar een congres of een farmaceutisch bedrijf en besmeurden de boel met nepbloed. Ik wou tonen hoe seropositieve mensen die na tien jaar epidemie eenzaam waren geworden en in hun eigen angsten opgesloten zaten, zich verenigden in een zeer radicale en levendige groep.”

Theatertje opvoeren

De film draait vooral rond Sean, gespeeld door Nahuel Pérez Biscayart. Hij is een heel sterk lid binnen Act Up-Paris met een bruisende persoonlijkheid. Nathan (Arnaud Valois), iemand die zich recenter aansloot bij de politieke actiegroep, is niet blind voor Seans charmes. Ze worden een koppel. Sean zit al in een ver stadium van aids. Nathan heeft geen hiv, maar heeft wel een persoonlijke motivatie om mee de strijd aan te gaan.

“Ik wou een film over het ‘collectief’ maken, over hoe men samen tot een politieke beweging kwam”, motiveert Campillo. “Een van de sterkste personages uit de film wordt ernstig ziek en hult zich opnieuw in de eenzaamheid, samen met zijn partner. De film toont hoe het verschil tussen het collectief en het individu werkt. Op een bepaald punt begint Act Up-Paris de ziekte theatraal op te voeren. Tegelijk bleef die opvoering heel authentiek. Het was geen vrijblijvend theater. Sean speelt dat spel mee, maar het theater blijft sterk verbonden met zijn leven en zijn ziekte. Hij kan zich in zekere zin veroorloven om afstand te nemen van z’n ziekte tot op het punt dat ze te ernstig wordt.”

Verschillende ritmes

De activisten redetwisten met de farmaceutische industrie. “Sommige labo’s waren echter zeer slecht in hun communicatie. Er waren laboratoria die tot de volgende wereldconferentie wachtten om hun onderzoeksresultaten te delen. Dat gebeurde heel vaak. Voor seropositieve mensen en hun sympathisanten was dat ondragelijk. We hadden de indruk dat we niet in hetzelfde ritme leefden. Sommige labo’s wilden zelfs een loting organiseren om te bepalen wie een nieuwe aidsbehandeling mocht ondergaan. Ze wisten dat zoiets onaanvaardbaar was, maar voor hen was dat een manier om mensen aan te zetten om over hun behandeling te praten. Een marketingtruck.”

De betaalbaarheid van medicijnen was een prangend issue. De link met de actualiteit is snel gelegd. Act Up-Paris bestaat nog en betoogde dit jaar tijdens de gaypride in Parijs tegen Gilead Sciences, de producent van Truvada, een vorm van PrEP. “Van PrEP komen er generische geneesmiddelen, wat PrEP betaalbaarder zal maken. Gilead Sciences probeert dat tot elke prijs tegen te houden”, verklaart Campillo. “We zijn vandaag in staat om aids wereldwijd uit te roeien. Bovendien is het merendeel van seropositieve mensen die in behandeling zijn niet meer besmettelijk voor anderen. Dat is fantastisch nieuws! Nu is er de politieke wil nodig om de behandelingen ingang te doen vinden in landen die het nodig hebben. Azië, het Midden-Oosten en Afrika hebben behoefte aan PrEP. Die grootschalige introductie is enkel haalbaar als labo’s bereid zijn hun prijzen te temperen! Gilead Sciences is wel bereid om haar prijzen wat te laten zakken, maar nooit naar het niveau van generische geneesmiddelen. De patiënten en de sociale zekerheid betalen daarvan het gelag.”

Tja. Eens activist, altijd activist, nietwaar?

Op 23 augustus verschijnt ‘120 battements par minute’ in de Belgische cinemazalen.

Bron: 

Eigen verslaggeving

120_bpm_photo6.jpg

Fragment uit '120 battements par minute'
© Céline Nieszawer


Hier niet op klikken aub